Het Blog

Hieronder vind je mijn zogenaamde Web Log. Een soort van dagboek. Je vindt hier mijn rijmen en dichten, denken en biechten, van vroeger en nu.
Het lange verslag van de zoektocht naar dat ene wat we allemaal zoeken. "To Blog is the foundation of all Knowladge.."

28 maart, 2004

Mensenvlees

Telkens weer wanneer ik jou zie
Wordt ik plots een kannibaal
Dan kijk ik watertandend naar
Jou mooie lekkers allemaal

Ik wil je ruiken en je proeven
Zachtjes strelen met mijn tong
Ik wil je bien cuit ongezouten
Met een kaassous liefst van jong

Ik wil je ... o ... ik wil je zo graag
Als mijn lunch of als diner
Ik wil je met rijst of met frietjes
Of met aardappel puré

J. E. M.

19 maart, 2004

Straks begint de lente. Ik zou eigenlijk moeten lachen, blij zijn, vrolijk de lente groeten en de zoete geur van de eerste lente bloemen opsnuiven en gelukkig zijn. Gelukkig zijn.. Als ik naar de wereld kijk, hoe kan ik dan gelukkig zijn? Hoe kan ik lachen en zingen en mee fluiten met het lied van de merel, als rond om mij de wereld tenonder gaat aan nijd. De mensen zien de verse kleine lente bloesems niet meer. Die zijn te klein en niet van belang. Behalve als ze natuurlijk allemaal weelderig in de tuin van de buurman groeien, mooie bloemen worden onkruid als je ze zelf niet hebt. Wat je zelf niet hebt benijd je en wat je benijdt wordt strijd en van strijd komt ruzie en van ruzie komt oorlog en zo vallen bommen voor bloemen. Snuif op dat rijk genuanseerd aroma van verse lente bloemen en napalm in de ochtend.. snuif op en geniet van de komende lente.
J. E. M.

14 november, 2003

Schrijven om te blijven.

Soms zit ik de hele tijd voor een leeg blad te staren. Ik wil schrijven maar de inspiratie ontbreekt. Ik hou van schrijven, of liever van vertellen, over gewone dagelijkse dingen. Dingen die me interesseren of dingen die mij irriteren. Zonder echt een schrijver te willen zijn. De dingen die normale mensen tegen elkaar ‘s avonds in bed zeggen of op de sofa, schrijf ik op. Het is een soort van hobby geworden. Of eerder een noodzaak. En wijze, om de dingen die in mijn hoofd rond tollen en tegen de wanden van mijn hersenpan bonzen uiteindelijk toch op een manier naar buiten te brengen, zo, dat het me oplucht. Wat andere met een knuffel en een zoen weg vagen uit hun ongeruste ziel, vaag ik zelf weg door wat ik dan schrijf te publiceren in een weblog. Het is een soort van open dagboek, op het wereldwijde web. Geen kunst maar therapie.
De decadente roker.

Waarom rook je eigenlijk. Ik stelde mij vroeger zelf de vraag en omdat ik daar na 15jaar nog geen zinnig antwoord op kon vinden ben ik er dan ook maar mee gestopt. Ik weet dat eens je er mee begonnen bent het niet makkelijk is om er terug mee op te houden. Maar waarom een mens dan uiteindelijk in eerste instantie begint met roken. Het begon bij mij denk ik gewoon als een dwaze jeugdzonde. Iedereen in de groep rookte mee en dus kon ik niet achter blijven. Dat vond althans de leider van de groep. Ik vraag me eigenlijk af of hij er later geen spijt van heeft gehad, die gast. T ‘is eigelijk best wel onbegrijpelijk dat een zo intelligente jonge andere zij het minder intelligente , dan toch mentaal minder sterke mede jongere gewoon aanzet tot het plegen van roofbouw op zijn eigen lichaam. Misschien denkt hij daar wel nooit aan terug of is het iets dat hij beschouwd als iets uit een ver en vaag verleden. Een herinnering aan een tijd dat verantwoordelijkheid nog zo iets was waar je je geen zorgen over hoefde te maken, dat deden anderen wel voor jou tot je meerderjarig was. Zolang was het je nog toegelaten om vrij en vrank jeugdzonden te begaan.

Uiteindelijk heb ik wel “zelf” de stap gezet. Ik had wellicht een pint teveel op.(zwak excuus) En in een zwak moment stap ik zomaar van mijn diepste principes af. Neen, er moet meer achter gezeten hebben. Was het een brok bijeen gekoekte frustratie, rebellie tegen de gevestigde waarden in de maatschappij, of de vlucht voor de chaos in mijn hoofd. Was het het begin van zelfbewust stelling nemen in een maatschappij waar tot dan toe alles mij vijandig had aangekeken en dreigde me te vernietigen. Of was het de gelatenheid en het plotse besef dat ik me maar beter kon neerleggen bij het feit dat ik ben wie ik ben, dat het al lang geleden fout liep. Was het fatalisme dat me zo ver dreef. Fatalisme en zelfmedelijden. Of was het gewoon echt de bedoeling er alsnog proberen bij te horen. Die groep jongeren toe te treden waar succes verzekerd is en alles cool is als je maar een sigaret in je mond had. Dat is trendy.

Het zal misschien wel een mengeling van al dat geweest zijn. Toch ben ik blij dat ik niet meer tot het rokend publiek behoor en dat ik me er zelfs mateloos aan erger als ik jongeren zie roken als of dat de normaalste zaak in de wereld is. We zijn toch met zen allen verslaaft. Zelfs de eerste minister rookt er op los. Het feit dat we roken is het bewijs dat ons leven bestaat uit een grote leugen. Maakte vroeger zelf het armste vrouwtje met lichtmis haar panneke warm zo heeft zij nu haar sigaret. Het is zelfs zover gekomen dat mensen liever sigaretten kopen voor zichzelf dan eten voor de kinderen. Het roken weerspiegeld perfect de decadentie van onze maatschappij of eerder van de mensen zelf, van onszelf. Het is eerder onbeleefd iemand te vragen zijn sigaret uit te maken dan te roken terwijl iemand eet. Sigaretten peuken vind je overal en zelfs op het strand. We zijn zelfs te leeg om ze eerst te doven. Dat kinderen er met hun blote voetjes wel eens zouden kunnen in stappen en zich verbranden. Daar staan we zelfs niet bij stil. Ze moeten maar zien waar ze lopen.

En ik, ik nam nog een sigaret en zag het met lede ogen aan. Ik ben blij dat ik er vanaf ben.

07 november, 2003

De Bank,

We hebben er vaak gezeten, op die bank aan de waterkant. Door de jaren heen was het zelfs een beetje onze bank geworden. De bank van de drie vrienden. Ik, mevrouw en de hond.
Waar de hond vandaan was gekomen weet ik niet. Misschien was die er wel eerst. Uiteindelijk werden we alledrie heel goeie vrienden.. Je weet wel dat soort vrienden dat alles tegen elkaar vertelt, van gebroken hart tot gebroken nagel. Echt alles vertelden we elkaar en de hond, nu ja, die luisterde gewoon mee en lied af en toe een goedkeuren gegrom horen. Als hij maar zijn koekje of zijn bot kreeg. De eeuwige vriendschap.
En op een dag was ze gewoon voorbij. Mevrouw had een man gevonden waar ze mee ging trouwen. In het begin kwam ze nog af en toe langs maar nooit langer da een minuut want thuis wachtte man lief. Uiteindelijk bleven we nog met zijn twee over. Gepraat werd er ook al niet meer. Ik zag me daar al staan praten tegen een hond. Mevrouw bracht oook geen koekjes meer dus uiteindelijk verloor ook de hond alle interesse in de bank.
Onlangs kwam ik nog eens lang onze ouwe plek. De bank was er lang niet meer. In de plaats kwam er een honden toilet. Het deed goed te weten dat tenminste een van ons er baat bij heeft gehad.

31 oktober, 2003

Waar dient het eigenlijk toe

Welsprekendheid is een gave die door schrijvers en dichters tot de kunst is verheven.
Zij toont ons tevens dat de uitgebreidheid van onze Nederlandse taal niet hoeft onder te doen voor het Engels of Frans. De uitgebreidheid van onze taal en vooral de rijkdom aan synoniemen heeft slechts een groot doel. Duidelijkheid!
Sommigen blijken dat echter niet te begrijpen wat dan uiteindelijk tot wangebruik leidt.
Zo is het een gewoonte voor sommigen om vooral uit het Latijn overgenomen woorden te gebruiken. Ze klinken iets geleerder en zouden de gebruiker als dusdanig laten overkomen bij zijn toehoorders. (Ik snap zelf amper nog wat ik schrijf maar het is noodzakelijk) Ze gaan echter helemaal voorbij aan het feitelijke doel van onze taal en zijn vele facetten. De taal is er om de communicatie tussen mensen te vereenvoudigen. De vele synoniemen, ook de uit het Latijn overgenomen woorden, zijn er dan weer om de verschillende nuances binnen onze taal en onze leefwereld te benadrukken en in het juiste verband te plaatsen. Het juiste gebruik van die synoniemen is dus erg belangrijk om een boodschap juist te formuleren.
(een voorbeeld : blij en vrolijk zijn synoniemen maar toch is het niet altijd mogelijk het een door het andere te vervangen)
We moeten bij onze woordkeuze dus met meer rekening houden dan met het feit of ze al dan niet intelligent klinken in de oren van een ander. We moeten steeds in het oog houden dat de zinbouw of de context, soms het lyrische, niet verloren gaat door verkeerd gebruik.
We moeten dus samen streven naar een juist gebruik van onze taal en dit met slechts een doel, duidelijkheid.
Derhalve is het dus totaal onzinnig, neen zelfs verkeerd, te denken dat het overmatig gebruik van Latijnse al dan niet geleerd klinkende woorden een teken is van intelligentie. In tegendeel het is een vorm van ijdelheid en ijdelheid is , zonder dat je het er direct kan door vervangen, een synoniem van domheid. ( de respectievelijke aap en zijn ring)
Eenvoud siert de mens en de kunst om ingewikkelde stof tot eenvoudige verstaanbare woorden te herlijden zonder daarbij de context uit het oog te verliezen is wel een blijk van intelligentie.
Tenslotte is het niet mijn bedoeling om iemand te beledigen of voor het hoofd te slaan.
Integendeel, ik wil het opnemen voor zij die de taal iets minder machtig zijn. Zij die elke dag en als het moet telkens weer op nieuw proberen. Al heeft het soms weinig zin. De gewone man uit de straat met zijn top acacia en zijn secletten van dinosauren.

J. E. M.
Wat we ook doen, welk middeltje, theetje,zalfje, we ook gebruiken. Op een dag haalt de dood ons, of we nu mooi of lelijk zijn. Wat baat het dus, we staan uiteindelijk niet met onze bult of vlek maar met onze ziel voor de schepper. Die kijkt niet naar een stel kromme poten tenzij ze van den Duvel zelve komen. Die krijgt direct een shop onder zijn kont. Nee, bij ons zal het anders gaan. Vroom zullen wij onze hoofden buigen en de heer danken voor zijn goedhartigheid, terwijl heel de hemel vol barmhartigen in lachen uitbarst en den Duvel een scheet laat en over zijn nog steeds pijnlijke achterste wrijft. Uiteindelijk zullen Goed en den Duvel voor ons pleiten. Sommigen zullen in tranen uitbarsten en anderen in woede. Enkelen onderons zullen zwijgen en alles ondergaan. De schuldigen, zij die weten wat ze fout hebben gedaan en weten dat het geen zin heeft te ontkennen of te doen alsof. Tot wie van hen zal jij behoren. Heb jij al eens nagedacht over je eigen ziel. Het heeft geen nut te zeggen dat je niet geloof want ik heb je al menigmaal horen vloeken en wie vloekt gelooft. Het zou voor ieder van ons niet slecht zijn om eens in de spiegel van onze eigen ziel te kijken. We zullen dan, hoe schoon wij ook zijn, ontdekken dat de schoonheid vanbinnen uit komt. Of het dan uiteindelijk iets opbrengt hangt af van onszelf. Er is karakter nodig om je eigen gebreken te willen zien en lef om er iets aan te doen maar eerst en vooral hebben we de wil nodig om in de spiegel van onze eigen ziel te kijken en niet in de spiegel der dwaasheid van Elkerlik...